Taalwetgeving

Hoewel Brussel een officieel tweetalig gebied is, is de taalwetgeving enkel van toepassing op openbare instellingen en hun personeel. Met andere woorden: alleen de openbare ziekenhuizen – de huidige IRIS-ziekenhuizen – zijn onderworpen aan de taalwetgeving. Dit betekent dat patiënten er recht hebben op hulp en verzorging in het Frans en het Nederlands. Bijgevolg moeten de diensten van deze ziekenhuizen die in contact komen met patiënten of andere zorgverleners, een dienstverlening in beide regiotalen garanderen. De toezichthoudende overheid, in dit geval de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), waakt over de naleving van deze wet.

Bij overtreding kan een beroep gedaan worden op de Vaste Commissie voor Taaltoezicht en de Raad van State.

Er is ook een Meldpunt Taalklachten voor Brusselse ziekenhuizen opgericht door de Vlaamse Overheid. Daar kan je terecht met vragen of klachten over taal in de Brusselse ziekenhuizen.

De private ziekenhuizen vallen niet onder de taalwetgeving, hoewel ze feitelijk beide officiële taalgemeenschappen in Brussel bedienen en door publieke middelen gesubsidieerd worden. 

De drie Brusselse universitaire ziekenhuizen ontsnappen ook aan de taalwet: zij vallen onder het toezicht van ofwel de Vlaamse ofwel de Franse Gemeenschap. In principe richt het Universitair Ziekenhuis van de Vrije Universiteit Brussel zich tot de Nederlandstalige gemeenschap en de Universitaire ziekenhuizen van de ULB en UCL tot de Franstalige taalgemeenschap.

Deze taalvrijheid geldt eveneens voor alle zelfstandige zorgverleners, poliklinieken, medische centra, ambulante zorgverlening, rust- en verzorgingscentra, onthaalcentra, kinderdagverblijven en oppasdiensten.

Alleen voor de dringende medische hulp wordt nog een uitzondering gemaakt: de taalwetgeving is altijd van toepassing wanneer een patiënt wordt opgenomen via een erkende spoedgevallendienst, de 100 of een mobiele urgentiegroep (MUG). Een patiënt in nood wordt immers naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis gevoerd en heeft bijgevolg geen vrije keuze. De spoeddienst voert een wettelijke opdracht uit en moet in het kader hiervan de taalwetgeving naleven. De patiënt heeft dus recht op verzorging en administratieve hulp in het Nederlands en het Frans vanaf zijn opname tot zijn ontslag of doorverwijzing naar een andere afdeling in het ziekenhuis.

Conclusie: de spoedgevallendiensten, de 100, de MUG en de IRIS-ziekenhuizen dienen een Nederlands- en Franstalige dienstverlening te garanderen.